Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

De opstand

Voorbereiding

Hoewel in Sobibor alles in het werk gesteld werd om te voorkomen dat gevangenen konden vluchten, werd eind 1942 en in de eerste helft van 1943 een aantal succesvolle vluchtpogingen ondernomen. Zo heeft een gevangene zich weten te verstoppen in een met kleding volgestouwde trein, die vertrok naar het Westen. Terwijl de trein buiten het kamp op het rangeerterrein stilstond, wist de man door het treinraampje te ontsnappen. Geslaagde vluchtpogingen werden vaak door de SS vergolden met executies. In juli 1943 was het twee gevangenen uit het Waldkommando, dat bestond uit Poolse en Nederlandse joden, gelukt hun begeleidende Oekraïense bewaker te doden en met diens geweer te ontkomen. De Poolse joden maakten van de ontstane verwarring onder de bewakers gebruik en probeerden eveneens te ontkomen. Twee van hen werden neergeschoten, dertien weer gevangen genomen, van wie er weer drie in slaagden te vluchten. De Nederlandse joden besloten niet mee te vluchten, omdat ze vreesden zich zonder kennis van het Pools niet te kunnen handhaven. De naar het kamp teruggevoerde Polen werden in aanwezigheid van alle gevangenen geëxecuteerd.

"wreek ons!"
Toen in het voorjaar van 1943 steeds minder transporten aankwamen, deed het gerucht de ronde dat het kamp gesloten zou worden. Volgens veel gevangenen kon dat betekenen dat alle gevangenen die in het kamp werkten vermoord zouden worden. Zo was het immers ook gegaan na de sluiting van Belzec, het andere vernietigingskamp. Nadat dit kamp geliquideerd was, waren de overgebleven gevangenen overgebracht naar Sobibor, waar zij op het perron waren doodgeschoten. Hun lijken waren daarna door het Bahnhofkommando met lorries naar Lager III gereden waar zij waren verbrand. Gevangenen die werkten in de sorteerbarakken troffen in de kleding van sommige slachtoffers briefjes aan waarin de vinders werd opgeroepen wraak te nemen. In een van de briefjes stond: ‘Wij hebben een jaar in Belzec gewerkt en wisten niet waar we heen gestuurd zouden worden. Men beweerde dat we naar Duitsland zouden gaan. Daarom kregen we voor drie dagen brood, conserven en wodka mee. Dit alles is gelogen. We staan nu in Sobibor en weten wat ons te wachten staat. Begrijp dat na ons ook de dood op jullie wacht! Wreek ons!’

De onrust onder de gevangenen was begrijpelijk. Zij wisten echter niet dat in de zomer van 1943 op hoog niveau besloten was de functie van het kamp uit te breiden en het geschikt te maken alsRichter2420 werkplaats voor hergebruik van buitgemaakte munitie. In de loop van de zomer werd in Lager IV, het noordelijk deel van het kamp, begonnen met het bouwen van gedeeltelijke ondergrondse bunkers en het plaatsen van barakken. Nog tijdens de bouw kwam de eerste zending munitie aan en werd een nieuw werkcommando geformeerd dat met sorteerwerkzaamheden moest beginnen. Hiermee werden de geruchten over opheffing van het kamp enigszins ontzenuwd.

Al voordat de werkzaamheden in Lager IV waren begonnen, was mede als gevolg van de aanhoudende geruchten dat het kamp zou worden geliquideerd een uit Poolse joden bestaand ondergronds comité opgericht dat vluchtplannen beraamde. Na de vondst van de briefjes uit Belzec waren deze plannen alleen maar urgenter geworden. Overwogen werd onder meer de SS’ers te vergiftigen, het kamp in brand te steken of vluchttunnels te graven. Het probleem was alleen hoe een massale vlucht goed te organiseren. Intussen werd ook elders in het kamp aan vluchten gedacht. Onafhankelijk van de overige gevangenen waren in de zomer van 1943 de gevangenen in het afgesloten Lager III, waar zich de gaskamers bevonden, begonnen met het graven van een tunnel. Door verraad werd de tunnel echter niet voltooid. De kampleiding was genadeloos en liet alle gevangenen uit dit deel van het kamp doodschieten.

komst van de Sovjet-krijgsgevangenen
De plannen van het ondergrondse comité kregen een onverwachte impuls nadat in september 1943 een transport van tweeduizend joden uit Minsk in Sobibor was aangekomen. Onder de gevangenen bevonden zich ook krijgsgevangen gemaakte soldaten van het Rode Leger, die voor een deel geselecteerd werden om te helpen bij de bouw van Lager IV. Met een aantal Sovjetsoldaten, onder wie de luitenant Alexander Petsjerski, legde het comité contact. Door de inbreng van de militairen kregen de aanvankelijk vage plannen van het ondergronds comité meer relief. De voortvarende Petsjerski slaagde erin binnen drie weken een gewaagd plan uit te werken voor zowel een opstand als een massale ontsnapping. Niet opgenomen in het vluchtplan waren de onbereikbare gevangenen in Lager III. In grote lijnen zag het plan er als volgt uit. Eerst zouden de Sovjetsoldaten een groot aantal SS’ers uit de weg ruimen en hun wapens buitmaken. Vervolgens zouden de gevangenen gewoon op het avondappèl verschijnen en onder leiding van de als SS’ers verklede bewapende Sovjetsoldaten kalm naar de poort van het kamp marcheren, zogenaamd om buiten het kamp werkzaamheden te gaan verrichten. Na het uitschakelen van de bewakers zouden de gevangenen door de leiders van de opstand worden aangespoord de bossen in te vluchten, wat des te makkelijker zou zijn vanwege de ’s winters vroeg invallende duisternis. De opstand zou door een kleine groep worden voorbereid; om verraad en paniek te voorkomen zouden de overige gevangenen pas op het allerlaatste moment op de hoogte worden gesteld. Besloten werd het plan op 13 oktober 1943 uit te voeren, de dag waarop niet alleen commandant Reichleitner, maar ook zijn rechterhand Wagner en de gevreesde SS’ers Gomerski, Bolender en Klier niet in het kamp zouden zijn. Omdat echter op de dag van de geplande opstand en uitbraak plotseling een groep SS’ers uit het naburige werkkamp Osowa een bezoek bracht aan Sobibor, werd de opstand een dag uitgesteld.

Lees verder over de uitvoering van de opstand

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres