Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Overlevenden van de opstand

Kurt Thomas

Vanuit het getto Piaski werd Kurt Ticho in een groep van zo’n 1.500 tot 2.000 mensen naar Trawniki gedreven. Zelf liep hij een bloedneus op toen hij een klap kreeg met een geweerkolf. “Onder leiding van een SS’er kwamen we rond het middaguur aan bij het station van Trawniki. Op bevel van de Duitsers reden Poolse boeren met ons mee op kleine paardenwagens de beladen waren met bagage – en met de zwakken, zieken en doden, die waren neergeschoten tijdens de tocht.

De wolken hingen laag en het begon te regenen. Nog meer mensen die afgebeuld waren door het lopen en de bedreigingen, werden door de Oekraïense bewakers neergeschoten en op de karren gegooid.

Toen we door het platteland liepen, kwamen we langs de huizen van lokale Polen. Zo nu en dan pakte een Oekraïense bewaker een koffer of tas van de karren en gooide het voor de deur van de huizen waar we langs liepen. Zo gauw het object de grond raakte, kwam iemand uit het huis gerend om het op te rapen en meteen weer te verdwijnen. Uiteindelijk bereikten we een station waar een trein wachtte die al half vol was met joden uit Izbica, een ander getto. De deuren van lege goederenwagons stonden open en schreeuwende Oekraïeners maanden ons in te stappen. De zieken en doden werden ook in de wagons gegooid. We waren opgelucht dat we er zonder nog meer slaag vanaf waren gekomen toen de deuren van onze wagon eindelijk gesloten en vergrendeld werden.

De trein vertrok in de namiddag. We wisten niet waarheen. De omstandigheden in de wagons waren verschrikkelijk. We waren doordrongen van de geur van uitwerpselen en urine. Allemaal wilden we er zo snel mogelijk uit, nog onwetend van ons doodvonnis.

In de vroege ochtend van 6 november stopte de trein. Na enige tijd rangeerde de trein twee maal vooruit en achteruit voordat hij definitief stil stond. De deuren werden ontgrendeld en we moesten uitstappen. Overal zagen we SS’ers en Oekraïeners. Bij een smalspoor zagen we ook een afgezonderde groep jonge joodse mannen staan die allemaal dezelfde blauwe petten droegen. Toen we over een perron liepen, zagen we tot onze verbazing een aantal kleine schone gebouwtjes met romantische namen boven de deuren. Elk gebouw had bloembakken. Een gebouw had de naam “Schwalbenest”. Jonge vrouwen keken vanuit de ramen naar ons. Het leek heel idyllisch.

bron: Ticho K., My Legacy - holocaust, history and the unfinished task of pope John Paul II blz. 63-66

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres