Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Hella Weiss

Hella WeissHella Weiss (geboren Felenbaum; Lublin 25 november 1924) kwam vlak voor kerstmis 1942 met een paardenkar aan in Sobibor. Ze werkte in de wasserij, moest kousen en handschoenen breien en verzorgde de bloementuin. Over haar tijd in het kamp herinnert ze zich: “Ze hebben ons heel erg gekweld”.

Na haar ontsnapping vocht ze bij de partizanen en in het Sovjet-leger. Ze ontving zes onderscheidingen, waaronder de “Rode Ster”. Door een verwonding belandde ze in een veldhospitaal. Na de oorlog trouwde zij een Tsjechische man met wie ze in Israel een wegrestaurant runde. Hella Weiss overleed in december 1988 in Gedera.





"op het perron vond de selectie plaats"
Amper zestien was Hella Weiss toen zij samen met haar ouders en twee broers in de winter van 1940 door de Duitse bezetter werd opgepakt en met vele andere joden uit Lublin naar het werkkamp Siedliszcze, in de buurt van Chelm, gedeporteerd werd. Tijdens het transport kwamen veel gevangenen door honger en kou om het leven. Ook in het kamp heerste kommer en gebrek, velen bezweken er door uitputting en ziekte, Hella liep er tyfus op. De kamparts verstopte haar in de kelder en genas haar met alcohol. Eind 1941 vond er een selectie plaats. Een groep gevangenen, onder wie haar ouders, werd naar het kamp Krychow overgebracht en later in Sobibor vergast. Hella en haar beide broers werden met 500 tot 600 andere gevangenen eveneens naar dit vernietigingskamp overgebracht; op 20 december 1942 kwamen zij per paardenkar in het kamp aan.

De aankomst stond haar in 1965 nog helder voor de geest: ‘Op het perron van het kamp vond een selectie plaats. Ik en nog een paar anderen werden uit het transport gehaald. De overigen werden afgevoerd naar Lager III’, waar de gaskamers waren. Haar oudste broer, Schimek, was al voor de aankomst in het kamp bij een ontsnappingspoging doodgeschoten. Hella en andere jonge vrouwen werden tewerkgesteld in de Strickstube, waar zij sokken en handschoenen voor de kamp-SS’ers moesten breien. Later heeft ze gewerkt in de wasserij en in de moestuin, van waaruit zij de deportatietreinen het kamp zag binnenrollen.

"hij schoot hem neer voor de ogen van alle gevangenen"
In Sobibor werden niet alleen aan de lopende band joden vergast en doodgeschoten, ook werden degenen die er als Arbeitsjuden tewerkgesteld waren voortdurend geterroriseerd. Weis heeft meermalen gezien hoe de gevangenen mishandeld en vermoord werden, vooral door kampopzichter Wagner, die zij een ‘gevaarlijke sadist’ noemde. ‘Op dagen waarop er geen transporten aankwamen’, aldus Weis, ‘haalde hij mensen uit het kamp en schoot hen eigenhandig neer’. Een keer was zij er getuige van dat Wagner een zieke jongen, die niet in staat was geweest op het appèl te verschijnen, om het leven bracht: ‘Wagner ging de barak binnen, riep de jongen naar buiten en schoot hem neer voor de ogen van alle gevangenen.’

Ook Frenzel, Wagners plaatsvervanger, ging zich te buiten aan gewelddadige excessen. Op een dag hoorde Weis van twee meisjes uit haar barak hoe Frenzel hun vader had neergeschoten die voor straf zandzakken moest sjouwen, omdat hij iets verkeerd gedaan had.

als partizaan onderscheiden
Hella wist zich na de opstand en de ontsnapping samen met twee andere vluchtelingen diep in het bos te verbergen in een verlaten boswachtershut. Later hoorde ze dat partizanen de boswachter om het leven hadden gebracht omdat hij met de Duitsers zou hebben samengewerkt. Vanwege de honger en de kou verlieten ze de hut en gingen in een dorpje op zoek naar voedsel en naar jutezakken tegen de kou. Tijdens een nachtelijke tocht liepen ze een groep ontsnapte Russische krijgsgevangen tegen het lijf en samen trokken zij verder. Uiteindelijk sloten de vluchtelingen zich aan bij een groep partizanen, met wie zij tegen de Duitsers vochten. Hella werd meerdere keren voor haar aandeel in de strijd tegen de Wehrmacht onderscheiden. Hella Weis emigreerde na de oorlog naar Israël, waar zij in 1988 in Gedera overleed.

Groepsfoto Weiss

Portret Weiss als partizaan












Ga naar het interview met Hella Weiss

Lees een getuigenis van Hella Weiss uit 1968

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres