Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Meier Ziss

Meier ZissMeier Ziss (Lublin 15 november 1927) arriveerde in juni 1942 in Sobibor. Eerst was hij kapper, later moest hij als “Brandmeister” de achtergelaten documenten verbranden van de mensen die net met een transport waren aangekomen. In het kamp hoorde hij dat zijn ouders omgebracht waren en “wilde samen met hen dood zijn”. Toen hij zich na de opstand aansloot bij de partizanen voelde hij zich weer vrij en gelukkig: “Daar gold ik als mens”.

Meier Ziss groeide op in Hrubiszow. Na de oorlog vertrok hij via Italië naar Venezuela waar hij tussen 1956 en 1961 woonde. Daarna ging hij naar Israel waar hij koopman was in elektronische apparatuur. Het is niet bekend of Meier Ziss momenteel nog leeft.



"vrouwen gooiden pannen en flessen naar de SS'ers"
De 14-jarige Meier Ziss uit Lublin werd in mei 1942 naar Sobibor overgebracht waar hij onder meer werkte in de sorteerbarakken. Later moest hij documenten van vermoorde joden verbranden. Hij was getuige van Frenzels represaillemaatregel nadat de Duitsers hadden ontdekt dat in Lager III, waar de gaskamers waren, een vlucht werd voorbereid. Alle Nederlandse Arbeitsjuden moesten aantreden en werden onder begeleiding van Frenzel en een aantal Oekraïense bewakers naar Lager III gevoerd om te worden doodgeschoten. Maar niet alle Nederlandse gevangenen werden om het leven gebracht. ‘De schilder werd uit de groep van 72 aangetreden Nederlanders gehaald’, herinnerde Ziss zich in 1965. Hij doelde op de kunstschilder Max van Dam, die - voorlopig althans - niet gemist kon worden, omdat hij nog werkte aan een portret van Frenzel. Van Dam was een paar maanden eerder uit Drancy, het Franse Westerbork, in het kamp aangekomen. Hij was ondergebracht in Lager I, waar hij schilderijen voor de SS-kantine en portretten van SS’ers moest maken.

Toen Ziss nog sorteerwerk deed, was het zijn taak na aankomst van een transport op de uitkleedplaats de bagage en kleding te verzamelen van de joden die de gaskamers ingestuurd zouden worden. Ook diende hij ervoor te zorgen dat de uitkleedplaats na het verzamelen keurig opgeruimd was, opdat de volgende groep joodse slachtoffers geen argwaan zou krijgen en mogelijk in paniek zou raken. Op een keer was hij er getuige van dat een groep joden weigerde zich uit te kleden. ‘Frenzel was erbij’, verklaarde Ziss na de oorlog, ‘hij heeft op een paar vrouwen geschoten die pannen en flessen naar de SS’ers hadden gegooid.’ Toen Ziss en andere in het kamp tewerkgestelde joden later op de uitkleedplaats kwamen, troffen zij daar de lijken van de vermoorde vrouwen aan.

"ze kwamen kruipend het kamp binnen"
Op diezelfde uitkleedplaats had volgens Ziss een keer een moeder, die naar de gaskamer zou worden gevoerd, haar kind van ongeveer anderhalf jaar weten te verstoppen. Frenzel, die vaak bij het uitkleden aanwezig was, had gezien dat de vrouw haar kind onder kledingstukken legde. Ziss, die de kleren van de slachtoffers moest ophalen, heeft toen gezien dat Frenzel het kind doodtrapte.

Ook was Ziss in juli 1943 aanwezig bij de executie van de overgebleven elf leden van het uit Nederlanders en Polen bestaande Waldkommando, waaruit tijdens werkzaamheden in het bos vijf Polen hadden weten te ontsnappen. Een Oekraïense bewaker was toen door hen vermoord. Diens lijk en dat van enkele door de Duitsers gedode vluchtelingen werden naar het kamp gebracht. De Nederlandse leden van het werkcommando moesten in looppas terug naar het kamp, de Polen werden gedwongen de weg terug op handen en voeten af te leggen, terwijl ze met geweerkolven en zwepen werden afgetuigd. ‘Ik werkte in Lager II’, aldus Ziss, ‘toen de rest van het Waldkommando kruipend het kamp binnenkwam en verder moesten kruipen tot de open plaats tussen Lager II en III.’ Alle gevangenen werden opgetrommeld om de executie bij wijze van afschrikking aan te zien. Op bevel van de Duitsers werden de Poolse joden door een vuurpeloton van Oekraïense bewakers doodgeschoten.

"het was koud toen Himmler aankwam"
Op 12 februari 1943 werd Sobibor vereerd met een bezoek van Heinrich Himmler, die het vernietigingsproces met eigen ogen wilde zien. ‘Het was al koud toen Himmler met veel SS’ers per gepantserde trein aankwam’, herinnerde Ziss zich. In die periode kwamen er geen transporten aan in het kamp en voor de demonstratie van de gaskamers waren gevangenen van elders gehaald. ‘Er waren meisjes binnengebracht, hoeveel het er waren weet ik niet precies, ze moesten twee tot drie nachten wachten voordat zij vergast werden’, aldus Ziss. De tussen de twee- tot driehonderd meisjes kwamen uit Lublin en waren in vrachtwagens naar het kamp vervoerd. Ziss stelde vast dat de kamp-SS’ers op de dag van Himmlers bezoek geen stokken of zwepen bij zich hadden, zoals gewoonlijk het geval was. Het bleek een dienstorder te zijn van de kampcommandant , die een goede indruk wilde maken op zijn hoogste chef; Himmler mocht niet het vermoeden krijgen dat er in het kamp geslagen werd. Nadat hij getuige was geweest van de vergassing van de meisjes in Lager III kreeg Himmler een rondleiding. In een toespraak na afloop zou hij gezegd hebben dat Sobibor goed was opgezet en dat er een redelijke orde heerste.

Nadat in Sobibor op 14 oktober 1943 een opstand was uitgebroken, wilde Ziss zoals zovelen door de poort naar buiten vluchten. Maar de SS’er Frenzel maaide met zijn machinepistool vrijwel iedereen omver die via de poort het kamp dacht te kunnen verlaten. Met anderen wist Ziss te ontkomen door over de prikkeldraadversperring heen te klimmen en ongeschonden door het mijnenveld te hollen om uiteindelijk het bos te bereiken. Hij sloot zich aan bij partizanen en vocht tegen de Duitsers. Na de oorlog reisde hij naar Italië en vervolgens naar Venezuela om zich uiteindelijk in Israël te vestigen.


Ga naar het interview met Meier Ziss



Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres