Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Chaskiel Menche

Chaskiel MencheChaskiel Menche (Kolo 7 januari 1910) kwam in de zomer van 1942 aan in Sobibor en werd korte tijd in de sorteerbarak tewerkgesteld. Vervolgens werd hij aangewezen als schoenpoetser en pettenmaker. Samen met anderen beraamde hij een plan om Himmler tijdens een bezoek aan het kamp te vermoorden. Zijn verlangen naar wraak werd vervuld toen hij tijdens de opstand een bewaker neerstak:  “Mijn hart is lichter geworden want ik stond in zijn bloed”.

Hij groeide op in een besloten Joodse gemeenschap en sprak hoofdzakelijk Jiddisch. In 1937 trouwde hij met Hella Podchlebnik. Zijn vrouw en kind zijn in Sobibor gedood. Tijdens zijn vlucht schoten de Duitsers hem in zijn been. Chaskiel Menche vestigde zich in Melbourne waar hij in 1984 overleed.


"een treurige ontvangst"
In december 1940 werd een deel van de joodse bevolking uit de Poolse plaats Kolo door de Duitse bezetter opgesloten in het getto van Izbica. Van hieruit vertrokken sinds de lente van 1942 regelmatig transporten naar het vernietigingskamp Sobibor. In een transport dat in juni in het kamp aankwam, bevond zich ook de 32-jarige kleermaker Chaskiel Menche met zijn gezin. ‘Toen wij in Sobibor aankwamen’, schreef Menche in 1947, ‘wachtte ons een treurige ontvangst. Het uit joden bestaande Bahnhofkommando begon met het uitladen van de “goederen”. Kinderen en bejaarden werden op lorries geworpen en afgevoerd.’ Later hoorde hij dat zij direct vermoord waren. Jonge, gezonde mannen werden door de SS’ers geselecteerd voor werk in het kamp. Er was vooral behoefte aan vaklieden en Menche werd in de kleermakerij tewerkgesteld. Andere gevangenen moesten in speciale barakken de kleding van de vermoorde gevangenen sorteren en in hun bezittingen op zoek gaan naar goud, geld en waardevolle voorwerpen. Ook werden gevangenen geselecteerd voor werk in de gaskamers. Tot hun taken behoorde ook het uittrekken van gouden tanden en kiezen van de vergaste gevangenen.

Nadat de selectie van arbeidskrachten had plaatsgevonden, werden de overige gevangenen - voor zover niet afgevoerd op de lorries - op een open plek in het kamp verzameld en door een SS’er toegesproken. Hier, aldus Menche, werd hun verteld dat zij land zouden krijgen in Oekraïne en in vrede zouden leven. Alle gevangenen moesten een brief naar huis schrijven en vertellen dat zij goed in Oost-Polen waren aangekomen, werk zouden krijgen en tevreden waren. Voordat de gevangenen konden doorreizen, moesten zij zich eerst douchen in een speciaal deel van het kamp, het zogenoemde Lager III, waar in werkelijkheid de gaskamers waren. Onder de gevangenen die daarheen gedreven werden, bevonden zich ook Menches vrouw en hun 5-jarige zoontje.

Menche en vele andere Arbeitsjuden begrepen dat het een kwestie van tijd was voordat ook zij naar de gaskamers zouden worden gestuurd. Een aantal Poolse gevangenen kwam in het geheim bij elkaar om plannen te beramen voor een vlucht. Met de komst van een groep Russische krijgsgevangenen, in september 1943, raakten de plannen in een stroomversnelling en spoedig werd een gedetailleerd plan opgesteld voor zowel een opstand als een massale vlucht uit het kamp. In de eerste fase zou een groot aantal van de op dat moment in het kamp aanwezige SS’ers worden vermoord om aan wapens te komen. Ook hun uniformen hadden de opstandelingen nodig, want het was de bedoeling dat de Sovjetmilitairen zich als SS’ers zouden verkleden en met de gevangenen na het middagappèl het kamp zouden uitmarcheren, zogenaamd om in het bos te gaan werken.

"voor heel het volk van Israël"
De gevangenen die zoals Menche in de kleermakerij werkten, hadden de opdracht op 14 oktober 1943, de dag waarop de opstand plaatsvond, een SS’er naar hun werkplaats te lokken met de smoes dat hij om 4 uur ‘s middags een jas kon komen passen. Dit soort afspraken kwam wel meer voor en de Duitsers verschenen altijd stipt op tijd. ‘Dat was niet toevallig’, aldus Menche. ‘Was de gevangene niet precies op tijd met het werk klaar, dan kon hij naar de gaskamers worden gestuurd’. Op het afgesproken tijdstip stapte SS-Oberscharführer Siegfried Graetschus de kleermakerij binnen en werd kort daarop door de Rus Wajspapir en de Pool Lerner met een bijl om het leven gebracht. Daarop begon Menche met een schaar op het lijk in te steken om eindelijk wraak te nemen. ‘Deze is voor mijn moeder’, schreeuwde hij, ‘en deze voor mijn vrouw, en deze voor mijn kind, en deze voor heel het volk van Israël.‘ De andere kleermakers hebben de hevig aangedane en bewusteloos geraakte Menche gauw moeten wegslepen, want de volgende bewaker stond op het punt de kleermakerij te betreden.

Tijdens de massale vlucht uit het kamp, waarbij veel gevangenen om het leven kwamen, wist ook Menche te ontkomen. Met zijn groepje sloot hij zich aan bij een onderdeel van het Armia Krajowa, het Poolse thuisleger. Op het eerste gezicht was dat gunstig, maar al spoedig bleek dat deze groep vooral bestond uit antisemitische Poolse nationalisten. ‘Zij deden alsof ze met ons wilden samenwerken’, aldus Menche, ‘in werkelijkheid zochten zij naar mogelijkheden om ons te overrompelen en te doden.’ Op een keer werd besloten gezamenlijk een Duitse wachtpost te overvallen, maar in plaats daarvan openden de nationalisten het vuur op de joodse vluchtelingen, van wie er acht om het leven kwamen. Menche bracht het er levend vanaf en hield zich tot het einde van de oorlog in Lublin schuil. In 1949 emigreerde hij naar Australië, waar hij in 1984 overleed.

Ga naar het interview met Chaskiel Menche

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres