Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Regina Zielinski

Regina ZielinskiRegina Zielinski (Siedliczcze 2 september 1924) werd samen met haar dorpsgenoten vlak voor kerstmis 1942 in een paardenkar naar Sobibor gebracht. Ze werd aangewezen om sokken te breien en moest later munitie sorteren. Bij aankomst in het kamp hoorde ze haar broertje zeggen: “Laten we de nacht vaarwel zeggen, want we zien de zon niet meer opkomen”.

Ze werd geboren als Riwka Feldman. Na de opstand vluchtte ze per trein naar Frankfurt am Main waar ze bij een Duitse familie hielp in de huishouding. Ze deed zich voor als een Pools katholiek meisje. Op 24 december 1945 trouwde ze in Wetlar onder de valse naam Wojciszyn met een katholieke Poolse man. Op 3 augustus 1949 emigreerde het echtpaar naar Australië waar ze zich vestigden in Sydney.

 

 

"de stank van het crematorium hing boven het kamp"
Opeengepakt in paardenkarren en bewaakt door SS’ers kwamen in december 1942 ongeveer 800 Poolse joden afkomstig uit het werkkamp Staw-Nowosiulki aan in Sobibor. In het kamp werd hen gevraagd wie van de vrouwelijke gevangenen kon breien en de achttienjarige Regina Zielinski uit Siedliszcze meldde zich aan. Tot het voorjaar werd zij met andere vrouwen tewerkgesteld in de Strickerei om sokken en handschoenen te breien voor de SS’ers in het kamp. Later kwam zij te werken in de wasserij en ook heeft zij nog buitgemaakte munitie moeten reinigen en sorteren.

Over de omstandigheden in het kamp verklaarde zij in 1974: ‘Wij kregen zeer weinig te eten en waren voortdurend bang dat wij naar het vernietigingskamp [Lager III, met de gaskamers] overgebracht zouden worden.’ Hoewel dit deel van het kamp geïsoleerd was en er tussen de gevangenen die er moesten werken geen contacten mogelijk waren, was het ‘onder de gevangenen bekend dat in het vernietigingskamp Sobibor ontelbare gevangenen vermoord werden. De stank van het crematorium hing vaak boven het kamp’. Vrijwel dagelijks zag Regina hoe mannelijke en vrouwelijke gevangenen door kampbewakers werden geslagen. Zelf is zij maar één keer geslagen. Zij werkte toen in de wasserij en leed aan een middenoorontsteking. ‘Omdat ik mij niet goed voelde, was ik op een hoop wasgoed gaan zitten om uit te rusten. Daar trof de SS’er Frenzel mij aan en bracht mij naar Untersturmbannführer Wagner, die mij tien keer met zijn zweep op de rug heeft geslagen.’ Een van haar nieren werd hierdoor onherstelbaar beschadigd.

"op zondagen moesten we opruimen en schoonmaken"
In Sobibor was lange tijd geen ziekenverzorging; een kamphospitaal met britsen en verpleging bestond er niet. ‘Wanneer iemand ernstig ziek werd, betekende dat in de regel dat hij naar het vernietigingskamp werd weggevoerd.’ In het eufemistische kampjargon heette het dat de zieke naar het Lazarett werd gestuurd. De afwezigheid van ziekenverzorging was mogelijk, doordat er voortdurend nieuwe transporten aankwamen waaruit altijd plaatsvervangende Arbeitsjuden konden worden gerekruteerd. De gevangenen lieten daarom zo lang mogelijk niets blijken van een ziekte, maar door de slechte hygiënische omstandigheden, het harde werken en het karige voedsel lagen vitaminegebrek, tyfus, zweren, en longontstekingen voortdurend op de loer. Begin 1943 - er kwamen in die tijd minder transporten - werd het regime iets versoepeld en mochten zieke gevangenen een dag of drie herstellen voordat zij weer aan het werk moesten.

Op zondagen konden de gevangenen iets voor zichzelf doen, zoals muziekinstrumenten bespelen. Ook ’s zondags werd door de bewakers gecontroleerd of de barakken wel schoon genoeg waren. ‘Dat betekende dat een groot deel van de zondagen met opruimen en schoonmaken gevuld was.’

kindermeisje in Frankfurt
Regina slaagde erin na de opstand, in oktober 1943, het kamp te ontvluchten. Ze was naar de barak gerend waar ze sliep en daarachter waren mannen bezig de prikkeldraadversperring door te knippen. Samen met anderen wist ze heelhuids het bos te bereiken. De vluchtelingen renden de avond en nacht door, en verscholen zich overdag in de velden. ’s Nachts trokken zij weer verder. Na vele omzwervingen kwamen de vluchtelingen aan in Siedliszcze, Regina’s geboorteplaats. De doortastende Regina slaagde erin Lublin te bereiken, waar zij zich bij het arbeidsbureau uitgaf voor een Oekraïense Zielinsky&HannsPeterdie vanwege de animositeit tussen Polen en Oekraïeners in Duitsland wilde werken. Men gaf haar een adres in Frankfurt am Main en Regina meldde zich bij het Krochnaldalager, waar vrijwilligers voor Duitsland bijeengebracht waren. In Frankfurt nam zij weer een nieuwe identiteit aan en gaf zij zich uit voor een katholieke Poolse. Zij werkte tot het einde van de oorlog bij een Duits gezin als kindermeisje. Steeds was zij bang ’s nachts in haar slaap iets los te laten over thuis en over Sobibor. Nadat de Amerikanen Frankfurt hadden bevrijd, vertrok zij naar een verzamelkamp voor "displaced persons". Zij besloot in Duitsland te blijven en ging werken voor de United Nations Relief and Rehabilitation Administration (UNRRA). In Wetzlar ontmoette zij haar latere echtgenoot Kazimierz, een Pool die als krijgsgevangene de oorlog had overleefd. In augustus 1949 emigreerde het echtpaar naar Australië waar ze zich vestigden in een buitenwijk van Sydney.

 



Bekijk het interview van
Jules Schelvis met Regina Zielinski
Still Zielinski Shoah Foundation



Bekijk een interview met
Regina Zielinski uit 1995



Bekijk een interview met Regina Zielinski
op de website "Late gevolgen van Sobibor"


Lees een krantenartikel
over de toekenning van een dapperheidsonderscheiding
Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres