Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Selma Wijnberg

Chaim Engel

Chaim Engel"ik had het geluk bij de kledingsortering te werken"
Chaim Engel (1916) uit Brudzev diende in het Poolse leger en raakte tijdens de bezetting van zijn land in Duitse krijgsgevangenschap. Vanuit het krijgsgevangenenkamp werd hij als jood op transport gesteld naar Lublin, van waaruit hij in november 1942 met zijn broer naar Sobibor werd overgebracht. Later begreep Engel dat de meesten van zijn transport direct waren vergast. ‘Ik’, aldus de 26-jarige soldaat, ‘had het geluk met ongeveer 15 andere mensen als zogenaamde Arbeitsjuden geselecteerd te worden om in Lager II in de kledingsortering te werken.’

 

Evenals de andere joden die in het kamp moesten werken, had ook Engel aanvankelijk geen idee wat er vlak bij hen in Lager III, waar de gaskamers waren, precies gebeurde. De SS’ers zorgden ervoor dat er geen contact mogelijk was tussen degenen die in dit deel tewerkgesteld waren en de gevangenen die elders in het kamp werkten. Maar het geheim kon niet lang verborgen blijven. De onzichtbaar gemaakte gaskamers waren ongeveer driehonderd meter verwijderd van de barakken waar Engel en de anderen werkten en sliepen. Vanuit hun barakken konden zij het geschreeuw horen van de slachtoffers die de gaskamers ingedreven werden. Ook konden zij door gaten in de omheining soms een glimp opvangen van naakte mensen, die van de uitkleedplaats naar de gaskamers werden gejaagd. En dan was er de stank van lijken en later de hoog oplaaiende vlammen. Door de gevangenen werd druk gespeculeerd over de precieze gang van zaken in Lager III. Sommigen dachten dat de slachtoffers met het gas Zyklon-B om het leven gebracht werden. Engel vermoedde dat er valluiken in de gaskamers waren aangebracht waar de lijken na vergassing doorheen vielen.

"de Nederlanders wisten niets van het plan af"
Engel werkte in de sorteerbarakken in Lager II, waar de eigendommen van de vergaste gevangenen zo snel mogelijk heengebracht werden. In de koffers, tassen en jassen zaten allerlei voorwerpen die moesten worden gesorteerd. De kleren en schoenen waren op de uitkleedplaats al verzameld en naar de sorteerbarakken gebracht. Alles wat hier binnengebracht werd, moest worden gesorteerd naar mannen-, vrouwen- en kinderkleding. Vervolgens werd alles op maat gelegd en ook naar kwaliteit ingedeeld. In de sorteerbarakken ontmoette Engel zijn latere vrouw Saartje Wijnberg uit Groningen. Samen sorteerden zij ondergoed en moesten daarvan bundels van 25 stuks maken. Ook moesten ze naden lostornen waarin kleinigheden verstopt konden zitten en die in dozen verzamelen. De SS’ers in de barakken hielden scherp in de gaten of wel alle jodensterren, armbanden en namen die in de kleren waren genaaid, werden verwijderd. Want vrijwel alle kleding uit de kampen kwam via welzijnsorganisaties als "Kraft durch Freude" en "Winterhilfswerk" bij hulpbehoevende gezinnen in Duitsland terecht. Voor hen diende uiteraard de herkomst van de gulle gaven van het Derde Rijk verborgen te blijven.

De Arbeitshäftlinge in Sobibor waren ervan doordrongen dat zij op een dag zelf om het leven zouden worden gebracht. Soms werden mannelijke gevangenen in Lager III tewerkgesteld als daar een tekort aan arbeidskrachten was, en iedereen wist welk lot hun daar te wachten stond. Nooit had een gevangene dit deel van het kamp levend verlaten. Bovendien waren de gevangenen die in de barakken werkten blootgesteld aan de voortdurende terreur van de SS’ers en Oekraïense bewakers, die er flink op los konden slaan en dikwijls zonder enige aanwijsbare reden. Veel gevangenen dachten dan ook onophoudelijk aan een manier het kamp te ontvluchten. Er zijn in Sobibor enkele individuele vluchtpogingen ondernomen, soms met succes. Maar pas met de komst van de krijgsgevangenen van het Rode Leger werd een plan beraamd voor een opstand tegen de SS’ers en de vlucht van een grote groep gevangenen. Engel behoorde tot het kleine groepje ingewijden dat de vlucht voorbereidde. ‘De Nederlanders’, verklaarde Engel in 1946, ‘wisten niets af van het plan.’ Pas op het laatste moment lichtte Engel zijn vriendin Saartje erover in.

"toen de opstand uitbrak waren er vierhonderd Nederlanders"
Het ontsnappingsplan bestond eruit binnen een uur zoveel mogelijk SS’ers in de barakken of bureaus te lokken en hen daar te vermoorden. Engel zou Rudolf Beckmann, de leider van het sorteercommando in Lager II, voor zijn rekening nemen. Het appèl zou vervolgens normaal plaatsvinden en om de Oekraïense bewakers te misleiden, zouden de Sovjetkrijgsgevangenen in Duitse uniformen op de appèlplaats verschijnen. Onder hun leiding zouden de gevangenen naar de poort marcheren om zogenaamd buiten het kamp te gaan werken. De vlucht, die plaatsvond op 14 oktober 1943, verliep maar gedeeltelijk volgens plan. Zoals afgesproken werd eerst een aantal SS’ers de barakken en bureaus binnengelokt waar zij vervolgens met bijlen en messen werden vermoord. Ook Engel kwijtte zich met succes van zijn taak. Na het doden van de SS’ers, van wie er die dag minder in het kamp waren dan gebruikelijk, vond het appèl normaal plaats, zij het wat vroeger dan anders. Ook de als SS’ers vermomde gevangenen verschenen volgens plan op de appèlplaats. Maar het ging mis toen de gevangenen onrustig werden vanwege het afwijkende tijdstip om in de rij te moeten gaan staan en omdat zij niet de bekende SS’ers zagen verschijnen. De argwanend geworden gevangenen, die immers niet op de hoogte waren van het vluchtplan, raakten in paniek en begonnen door elkaar heen te lopen. Een toegesnelde bewaker die hen maande in de rij te gaan staan werd door hen vermoord, waarna de chaos compleet werd en een bloedig vuurgevecht losbarstte tussen de bewapende gevangenen en de kampbewakers.

‘Toen de opstand uitbrak, waren er nog ongeveer 400 Nederlandse overlevenden’, aldus Engel. ‘Een aantal van hen lukte het in de algehele chaos het kamp te verlaten. Zij moesten dwars door het vuur van machinegeweren lopen.’ Onder degenen die zich heelhuids in de bossen wisten te verschuilen, bevonden zich ook Engel en zijn vriendin Saartje Wijnberg. Zij sloten zich aan bij Poolse partizanen en doken later onder bij boeren. Na hun bevrijding door het Rode Leger in juni 1944 bij Chelm zijn zij nog een half jaar in Polen gebleven, waar Saartje beviel van een zoon. Via Lublin, Czernewitz, Odessa, Marseille en Tilburg kwamen Chaim en Selma begin juni 1945 in Zwolle aan. Hun zoontje was onderweg gestorven door slechte voeding. Later emigreerde het echtpaar naar de Verenigde Staten.

Gezin Wijnberg

HCO-gezin Wijnberg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Gezin Wijnberg

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 



Bekijk op YouTube een interview
met Chaim Engel en andere overlevenden

 

 

Lees het verhaal dat Chaim Engel
op 16 juli 1990 vertelde aan het USHMM

 

 


 Lees de getuigenis die Selma Wijnberg
en Chaim Engel aflegden op 22 juni 1946

 

 Terug naar het artikel over Selma Wijnberg

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres