Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Sophia Huisman

"we hebben nooit meer één van deze mensen gezien"
Op 26 februari 1943 werden in Rotterdam bij een razzia van de Sicherheitsdienst en de Nederlandse WA alle patiënten en personeelsleden van het Joods Ziekenhuis opgepakt en weggevoerd naar Westerbork. Onder hen bevond zich ook de 17-jarige aspirant-verpleegster Sophia Huisman. In het doorgangskamp is zij maar kort geweest; op 10 maart werd zij met het grootste deel van de patiënten van het ziekenhuis op transport gesteld naar Sobibor. Na aankomst werden uit het transport een dertigtal jonge vrouwen en ongeveer evenveel mannen geselecteerd die allemaal elders tewerkgesteld zouden worden. ‘Dat kamp Sobibor was een vernietigingskamp’, verklaarde Sophie in augustus 1945. ‘Wij verkeerden allen in de mening, dat de overige deelnemers van het 1200 hoofden tellende transport vergast zijn. Wij hebben nooit meer één van deze mensen gezien’. Inderdaad werden alle gevangenen die niet voor arbeid in een werkkamp waren geselecteerd vrijwel onmiddellijk na aankomst om het leven gebracht. De ouderen en invaliden werden op kiepkarretjes geladen en naar het goed afgeschermde Lager III gereden waar zij door Oekraïense bewakers werden doodgeschoten. De anderen zijn naar hetzelfde gedeelte van het kamp gevoerd om in gaskamers om het leven te worden gebracht, nadat zij hun bagage en kleding hadden moeten achteraten.

"hij is voor onze ogen opgehangen"
Sophie werd samen met andere Nederlandse vrouwen, onder wie Cato Polak, de gezusters Suze en Surry Polak, Bertha Ensel, Judith Eliazer en Jetje Veterman, op transport gesteld naar Lublin. De aankomst in het kamp Lublin-Majdanek beloofde niet veel goeds. ‘Poolse vrouwen met gestreepte concentratiekampkleding hebben ons direct gewaarschuwd, dat het kamp slecht was en dat het te hopen was, dat wij er vlug zouden weggaan’, aldus Sophie. Gelukkig voor haar en de andere vrouwen werden zij kort na aankomst spoedig al weggevoerd naar het nabijgelegen werkkamp Lublin-Flugplatz. Hier werden zij meteen aan het werk gezet in de sorteerbarakken, waar de meisjes de kleding van de vermoorde joden moesten uitzoeken. Later kwamen er meer Nederlanders aan in het kamp, onder wie de zanger Jim Kleerekoper. Hij heeft veel gezongen voor de SS en kreeg daarvoor wat extra eten. Nadat hij van een vluchtpoging werd verdacht, ’is hij voor ons aller ogen opgehangen, nadat hij zijn eigen graf had moeten graven en zijn eigen galg had moeten oprichten’. Sophie was getuige van meer wreedheden tegen vooral mannelijke gevangenen, die vaak net zo lang werden afgeranseld tot ze aan hun verwondingen overleden.

Na enige tijd maakten Sophie en de andere vrouwen gebruik van de mogelijkheid te worden overgeplaatst naar Mileow, waar zij konden werken in een marmeladefabriek. ‘Wij gingen met dertien Hollandse meisjes, de rest bleef in Lublin; die rest bestond nog slechts uit vijf. Van de ontbrekenden waren reeds zes vergast, omdat zij bij een selectie te zwak bevonden waren’. Niet alleen zij waren om het leven gebracht. Kort nadat het groepje vrouwen in Mileow was aangekomen, had de SS op 3 en 4 november 1943 alle joden in Lublin en andere kampen in de omgeving doodgeschoten. Himmler had opdracht gegeven tot de zogeheten Aktion Erntefest uit vrees voor ongeregeldheden in de kampen, nadat in augustus in Treblinka en midden oktober in Sobibor de gevangenen in opstand waren gekomen. Sophie hoorde van de massamoord van niet-joodse Polen, die de dans ontsprongen waren.

"we bakten boterkoek en dronken advocaat"
In Mileow moesten de meisjes slapen in de paardenstal. Hoewel de hygiënische omstandigheden alles behalve redelijk waren, werden zij niet slecht behandeld en ook het voedsel was toereikend. Maar omdat het eten niet gekookt kon worden, moest alles rauw gegeten worden ‘en werden allen om beurten doodziek’. Na enige tijd werden Sophie en de anderen op transport gesteld naar Trawniki, een van de kampen waar de joden kort tevoren waren uitgemoord. Sophie: ‘Wij moesten de eerste dagen de kleren sorteren; in die kleren vonden wij veel geld en briljanten; die moesten wij afgeven, maar wij deden dit maar gedeeltelijk.’ De mannen moesten de lijken verbranden en ‘te oordelen aan de wonden moet dit op barbaarse wijze gebeurd zijn. Na acht dagen was dit werk klaar en werden ze zelf doodgeschoten en verbrand, alle 45.’ De vrouwen moesten de barakken opruimen en vonden steeds weer lijken, die nog van het grote bloedbad waren. Het goud en de briljanten die zij in de kleren hadden gevonden ruilden zij met de Oekraïense bewakers voor extra levensmiddelen. Omdat de kampleiding wist dat de gevangenen leefden van de smokkelhandel werd hun geen voedsel verstrekt. ‘De Polen’, aldus Sophie, ‘hadden soms tien eieren per dag en aten iedere dag kip. Wij bakten vaak vier of vijf maal in de week boterkoek, maakten en dronken advocaat.’ 

Tot juni 1944 zijn de Nederlandse vrouwen in Trawniki gebleven. Vanwege de militaire situatie werden zij teruggevoerd naar Lublin-Majdanek. Het kamp vond zij zindelijk, maar de behandeling van de gevangenen was wreed. Zij werden er ‘vaak en lelijk geslagen en afgeranseld’, aldus Sophie. In het kamp waren zij de enige joden, want de anderen waren in november tijdens de Aktion Erntefest om het leven gebracht. Met het naderen van het Rode Leger werd het kamp geëvacueerd en moesten de gevangenen naar Auschwitz lopen. Sophie schatte dat onderweg minstens twintig van hen door de SS zijn doodgeschoten. Het laatste deel van de tocht werd per trein afgelegd. De meisjes werden in Auschwitz-Birkenau tewerkgesteld in het Scheisskommando, dat de emmers met uitwerpselen buiten het kamp op de mestvaalt moest storten. Na drie maanden werden Sophie en enkele anderen uit haar transport via Celle naar Raguhn overgebracht waar zij in een munitiefabriek moesten werken. Hier is vlektyfus uitgebroken en velen zijn daaraan bezweken. Omdat uit het westen de Amerikaanse bevrijdingstroepen naderden, werden de gevangenen wederom op transport gesteld. Maar nu ging het in zuidoostelijke richting en kwamen zij uiteindelijke terecht in Tsjechoslowakije. ‘De reis was ontzettend, per trein, half om half levende mensen en lijken’, aldus Sophie. Het transport kwam uiteindelijk aan in Theresienstadt, waar zij werd bevrijd.

Terug naar "Nederlandse overlevenden"

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres