Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Daders

Praktijk van de vernietiging

Ook al waren de Poolse joden sinds de Duitse inval van Polen in september 1939 onafgebroken geconfronteerd geweest met vervolging en terreur, zij hadden veelal geen duidelijke voorstelling van hetgeen zich in Sobibor precies afspeelde. Sommigen hadden wel gehoord dat joden werden vermoord, maar zij konden dat bijna niet geloven. West-Europese joden beseften al helemaal niet in wat voor soort kamp zij waren aangekomen en verkeerden bij aankomst veelal in de veronderstelling dat Sobibor een werkkamp was. Ook de joods-Russische krijgsgevangenen, die de Duitse uitroeiingpolitiek van nabij hadden meegemaakt, wisten vrijwel niets van het vernietigingskamp. Wat hen te wachten stond, hadden zij zelfs niet tot zich laten doordringen toen zij vlak voor het kamp vanuit de trein Poolse boeren hadden gezien die gebaarden dat de gevangenen vermoord zouden worden. Boeren uit de omgeving wisten meer. Zij zagen regelmatig het enorme vuur oplaaien uit het kamp en velen hadden alleen lege treinen het kamp zien uitrijden.

Midden april 1942 werden ongeveer 250 joden, vooral vrouwen, uit het nabij gelegen Krychów naar Sobibor gevoerd en tijdens een ‘proefvergassing’ in aanwezigheid van alle SS’ers om het levenRichter2431 gebracht. Begin mei 1942 begon de eerste fase van de fabrieksmatig moord, die duurde tot eind juli. Gedurende deze periode werden in Sobibor voornamelijk Polen uit het district Lublin vermoord, maar ook Duitse en Oostenrijkse joden. De meeste treinen telden ongeveer twintig wagons, met daarin 2000 tot 2500 personen. Zodra een transport was aangekondigd, werd het Bahnhof-kommando gemobiliseerd. Hiervan maakten niet alleen SS-personeel en Oekraïense bewakers deel uit, maar ook gevangenen, gemiddeld zo’n vijftig jonge mannen. Ook in Sobibor dwongen de nazi’s joden mee te werken aan hun ondergang. Nadat zij de wagondeuren hadden geopend, moesten deze Arbeitshäftlinge de gevangenen aansporen zo snel mogelijk op de veel lager gelegen Rampe te springen om zich zonder bagage in hoog tempo naar het Vorlager en Lager II te begeven. Ook hielpen zij zieken en invaliden de trein uit, terwijl zij door de SS’ers werden opgehitst zich agressief te gedragen. Met karabijnen bewapende Oekraïense bewakers vormden een cordon, zodat de gevangenen niet konden ontsnappen. Zieken en invaliden werden op door paarden voortgetrokken karren geladen en zogenaamd naar het kamphospitaal vervoerd; in werkelijkheid werden zij een paar honderd meter verderop achter een oude kapel doodgeschoten door een uit Oekraïeners bestaand executiepeloton. Nadat de joodse leden van het Bahnhofkommando de wagons gereinigd hadden, konden zij zich gereedmaken voor het afhandelen van het volgende deel van het transport.

De gevangenen die naar Lager II waren gevoerd, kregen daar te horen dat zij zich moesten douchen, voordat zij – zo werd hen verteld – zouden doorreizen naar werkkampen in Oekraïne. Ook zou eerst hun kleding gedesinfecteerd worden. Mannen en vrouwen dienden zich gescheiden uit te kleden op de uitkleedplaats. De kinderen bleven bij de vrouwen. Waardevolle voorwerpen moesten worden ingeleverd; wie probeerde iets te verstoppen, werd onmiddellijk neergeschoten. De naakte mannen en vrouwen werden vervolgens apart door de nauwe gang van met groene takken omheind prikkeldraad naar Lager III gedreven in de richting van de gaskamers. Voordat de vrouwelijke gevangenen de gaskamers werden ingejaagd, moesten zij in een barak hun haren laten afknippen. Alles gebeurde in grote haast en onder voortdurend geschreeuw en gevloek van de bewakers, die er ook met hun zwepen op lossloegen. De doodsstrijd van de slachtoffers in de gaskamers duurde ongeveer twintig tot dertig minuten. Twee tot drie uur na aankomst van een transport waren de lijken al onder de grond gestopt. Later werden de lijken uit de gaskamers verbrand.

Eind juli 1942 moest de spoorverbinding tussen Lublin en Chelmno verbeterd worden, omdat de rails in de zompige bodem waren weggezakt. De transporten naar Sobibor werden onderbroken en aan het moorden kwam voorlopig een eind. Intussen werden er drie gaskamers bijgebouwd, zodat de capaciteit verdubbeld werd en er voortaan 1200 mensen tegelijkertijd vergast konden worden. De tweede fase van de massamoord begon in oktober 1942. Sindsdien werden de paardenkarren vervangen door lorries, die zieken en bejaarden direct van het perron over een smalspoor naar Lager III vervoerden waar zij met een nekschot werden geëxecuteerd. In juli 1942 werd een begin gemaakt met het transport van Nederlandse joden naar de kampen in het oosten. Negentien transporten vertrokken naar Sobibor; het eerste op 2 maart 1943, het laatste op 20 juli dat jaar. Van de naar schatting 107.000 joden die vanuit de kampen Vught en Westerbork zijn weggevoerd, zijn er 34.131 in of rond Sobibor om het leven gebracht.

Lees verder over "Arbeitsjuden"

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres