Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Structuur van het kamp

Plannen om bij het gehucht Sobibor in Oost-Polen een kamp te bouwen bestonden vermoedelijk al in de herfst van 1941. De plaats voldeed aan alle voorwaarden die de nazi’s stelden: er liep een spoorbaan langs en er was voldoende ruimte om de bezittingen van de slachtoffers op te slaan. Bovendien lag het gehucht ver genoeg af van grotere bevolkingscentra om de vernietiging van grote aantallen mensen ongemerkt te kunnen uitvoeren. Begin 1942 werd het terrein - met een omvang van aanvankelijk twaalf, later zestig hectaren - omheind. In maart werd begonnen met de bouwwerkzaamheden, die werden verricht door dwangarbeiders uit de omgeving en door ongeveer tachtig joden uit nabij gelegen getto’s. Circa tien Oekraïense bewakers (Trawniki) hielden toezicht. De structuur van het kamp leek op die van Belzec, maar Sobibor was groter.

ANP-plattegrond

Sobibor bestond uit een viertal van elkaar gescheiden kampgedeelten. In het zogenaamde Vorlager bevonden zich onder meer de villa van de kampcommandant, de onderkomens voor de SS en het wapendepot. Ook stonden hier de barakken van de Oekraïense hulptroepen. In Lager I waren woonbarakken voor de joodse Arbeitshäftlinge, een keuken, de appèlplaats en werkbarakken, waarin tewerkgestelde joodse gevangenen - gemiddeld vijftig in getal - ten behoeve van de SS-manschappen allerhande werkzaamheden moesten verrichten. Hier waren de barakken voor de wasserij, verstellerij, strijkerij en bakkerij, en voor de kleermakers, timmerlieden monteurs en schilders. Het Vorlager lag aan het treinspoor, waar de transporten arriveerden en het eerste dat de slachtoffers bij aankomst vanaf deze zogenaamde Rampe zagen, was een groot bord met het opschrift ‘SS-Sonderkommando’. De barakken in dit deel van het kamp en in Lager I waren vlak naast elkaar geplaatst, opdat het nauwelijks mogelijk was vanuit de trein en vanaf het perron een blik in het kamp te werpen. Niet alleen de joden in de treinen konden daardoor amper een indruk van het kamp krijgen, ook voor het Poolse spoorwegpersoneel was dat vrijwel onmogelijk.

In Lager II was de uitkleedplaats voor de gevangenen die naar de gaskamers gevoerd werden. In dit deel van het kamp stonden verder de barakken waar al hun bagage en kleding door Arbeitshäftlinge werden verzameld en naar soort, maat en kwaliteit gesorteerd. Identiteitsbewijzen, brieven en ander schriftelijk materiaal werden er verbrand. In dit gedeelte van het kamp bevonden zich bovendien de moestuinen en de varkens- en paardenstallen. Verder werden hier kippen en eenden gehouden. Tot ongeveer vierhonderd gevangenen, onder wie circa honderd vrouwen, waren in dit deel van het kamp tewerkgesteld. Een nauwe gang van circa honderdvijftig meter lang, omheind door met dennentakken gecamoufleerd prikkeldraad, voerde naar Lager III.

In Lager III stond een stenen gebouw met drie gaskamers van vier bij vier meter. Hierin werden per keer ongeveer tweehonderd mensen geperst. Naast de gaskamers was een houten schuur waarin een dieselmotor van 200 pk stond opgesteld waarvan de uitlaatgassen via buizen de hermetisch afgesloten gaskamers ingeleid werden. In dit gedeelte van het kamp waren ook de keuken en de slaapbarakken van de joodse gevangenen die hier tewerkgesteld waren, een onderkomen voor de SS, een wachttoren en een enorme grafkuil met een lengte van zestig, een breedte van veertig en een diepte van negen meter, waarin de lijken werden geworpen. Vanaf de herfst van 1942 werden de vergaste lijken niet meer begraven maar verbrand. Het jaar daarop werden bijna rondom het gehele kampterrein mijnen gelegd. Tezelfder tijd werd begonnen met het optrekken van een vierde kampgedeelte, waarin een groot munitiedepot voor buit gemaakte wapens zou komen. Dit Lager IV is echter nooit volledig in bedrijf genomen.

Lees verder over de daders

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres