Dutch-NetherlandsEnglish (United Kingdom)
Sobiborinterviews.nl
 

Ursula Stern

Ursula Stern"er was een vanzelfsprekendheid dat we ons zouden verzetten"
Op de vlucht voor de nationaalsocialisten had het gezin Stern uit Essen zich in de jaren dertig zoals wel meer Duitse joden in Nederland gevestigd. Hier werd in januari 1943 de zestienjarige Ursula Stern op haar Utrechtse onderduikadres na verraad gearresteerd en als ‘strafgeval’ naar het politiebureau gebracht. Via de gevangenis aan de Amstelveenseweg in Amsterdam en het SS-concentratiekamp in Vught werd zij overgebracht naar het Polizeiliches Durchgangslager Westerbork. Van hieruit werd zij op 6 april op transport gesteld met een voor haar en de andere gedeporteerden nog onbekende bestemming. Aanvankelijk dacht zij naar Auschwitz te worden gebracht, maar de eindbestemming bleek Sobibor te zijn. Bij aankomst werden zoals gebruikelijk tientallen meisjes en mannen uitgezocht voor werk in het kamp. ‘Wij werden meteen geselecteerd’, verklaarde Ursula in 1947. Ouden van dagen en zieken werden direct op lorries gehesen en weggereden, terwijl de overigen naar een grote barak gedirigeerd werden waar ze al hun bagage moesten afgeven. ‘De Duitsers hebben tegen de mensen die naar de gaskamer zouden gaan nog een speech gehouden, dat ze niet hoefden te denken dat ze konden luilakken’, herinnerde Ursula zich. Ook zeiden de SS’ers dat de trein voor Oekraïne klaar stond en dat ze daarheen zouden worden gebracht ‘om te werken, maar eerst moesten ze nog een bad nemen.‘ Ursula en de anderen die voor werk in het kamp waren geselecteerd, hebben nog een half uur staan wachten en werden vervolgens het kamp binnengebracht.

De gaskamers stonden in het zogenoemde Lager III, dat hermetisch was afgesloten van de andere delen van het kamp. Ursula werd samen met anderen aan het werk gezet in de sorteerbarakken in het driehonderd meter daar vandaan gelegen Lager II. Ondanks de strikte isolering van het gaskamerdeel werd al spoedig duidelijk wat zich daar afspeelde. Zo hoorde Ursula dat de mensen die in dit deel van het kamp moesten werken na verloop van tijd zelf werden vergast, maar dat velen dat moment niet afwachtten en zelfmoord pleegden. Ook Ursula en veel anderen in haar omgeving waren ervan overtuigd dat zij nooit levend uit het kamp zouden komen, maar ‘er was wel een vanzelfsprekendheid, dat wij ons, als wij doodgeschoten zouden worden, zouden verzetten’, herinnerde zij zich.

"aan de briefjes en rugzakken herkenden we het kindertransport uit Vught"
Het werk in Lager II bestond onder andere uit het sorteren van de kleding en bezittingen die de slachtoffers op de uitkleedplaats hadden moeten achterlaten. Vrijdags kwam er vaak een transport uit Nederland aan, dat kon Ursula zien aan de goederen die zij moest sorteren. Zij herinnerde zich ‘dat het kindertransport uit Vught is aangekomen, dat zagen we aan de rugzakken. Wij merkten pas dat het een Vught-transport was uit de briefjes die in de rugzakken zaten, waarop stond, wat men deze mensen in Vught verteld had, n.l. dat ze naar Riga zouden gaan.’ Op 6 juni 1943 waren de joodse kinderen tot en met drie jaar met hun moeders uit Vught vertrokken, een dag later de oudere kinderen tot en met 16 jaar met hun vader of moeder. Via Westerbork gingen de transporten, die ongeveer 1270 kinderen telden, naar Sobibor, waar de slachtoffers vrijwel direct in Lager III werden vergast.

Door het werk in de sorteerbarakken konden de gevangenen hun schamele voeding van brood, koffie en soep aanvullen met de levensmiddelen die ze na binnenkomst van een transport in de bagage aantroffen. De gevangenen waren afkomstig uit verschillende landen. Er waren Polen, Russen, Fransen, Duitsers, Belgen en Nederlanders. Volgens Ursula was de verstandhouding tussen de Nederlandse gevangenen goed, maar bestonden er wrijvingen tussen onder meer de seculiere Nederlandse joden en de gelovige Poolse joden.

"ik mocht het niet verder vertellen"
Ursula heeft ook af en toe gewerkt in het Waldkommando, de werkploeg die buiten het kamp in de bossen bomen velde en in stukken zaagde. Het hout was onder meer nodig voor het verbranden van de lijken uit de gaskamers. Ook groeven de mannen van dit commando waterputten en toen die na verloop van tijd met betonringen verstevigd moesten worden, werden ook vrouwen aangewezen om mee te helpen. Nadat besloten was in het kamp ook nog een Lager IV te gaan bouwen waar buitgemaakte Russische munitie zou worden opgeslagen, heeft Ursula nog gewerkt aan de bouw van barakken in dit nieuwe kampdeel. 

Behalve het selecte gezelschap dat het ondergrondse comité vormde, wist vrijwel niemand dat er plannen werden beraamd voor een opstand en een vlucht uit het kamp. Ursula behoorde tot de zeer weinigen die wisten wat er gaande was, maar ook zij wist niet wanneer de opstand precies zou plaatsvinden. ‘Ik mocht het niet verder vertellen’, verklaarde zij na de oorlog, ‘omdat er in het verleden al enige vluchtpogingen waren mislukt.’ Het ontsnappingsplan bestond eruit binnen een uur zoveel mogelijk SS’ers in de barakken of bureaus te lokken en hen daar te vermoorden. Het appèl zou vervolgens normaal plaatsvinden en om de Oekraïense bewakers te misleiden, zouden de Sovjet-krijgsgevangenen, die in september 1943 het kamp waren binnengevoerd, in Duitse uniformen op de appelplaats verschijnen. Onder hun leiding zouden de gevangenen naar de poort marcheren om zogenaamd buiten het kamp te gaan werken. Omdat het onmogelijk was de gevangenen in het geïsoleerde Lager III te bereiken, werden zij niet in de plannen voor de opstand en de ontsnapping betrokken. Zoals haar was opgedragen, zweeg Ursula in alle talen over de plannen en liet zelfs niets los over het vluchtplan tegen haar vriendin Selma Wijnberg, die met tyfus in de barak lag en vreesde te zullen sterven. ‘Ik vertelde haar mijn geheim niet’, aldus Ursula, ‘omdat ik bang was dat ze in haar koorts erover zou spreken’. Later is gebleken dat ook Selma wist van de ophanden zijnde opstand en dat ook zij haar stilzwijgen had weten te bewaren.

"ik ben het hek overgeklommen"
De opstand en de ontsnapping op 14 oktober 1943 verliepen maar gedeeltelijk volgens plan. De gevangenen waren er inderdaad in geslaagd een aantal SS’ers te doden, maar tijdens het appel ging het mis. Argwanend geworden omdat het appèl vroeger plaatsvond dan normaal, zagen de gevangenen, die van geen vluchtplan wisten, niet de vertrouwde SS’ers verschijnen en daarom stelden zij zich niet op de gebruikelijke wijze op. Een toegesnelde Oekraïense bewaker probeerde hen tot de orde te roepen. Iemand schreeuwde: ‘Man, de oorlog is voorbij!’ en in de chaos die daarop uitbrak werd de bewaker door de gevangenen gedood. Kort daarop kwamen de SS’ers in actie en brak een vuurgevecht met de bewapende gevangenen uit. Ook de Oekraïense wachtposten leegden hun geweren op de wegvluchtende gevangenen. Een groep vrouwen rende in paniek terug naar de barak, terwijl Ursula met de grootste groep meeholde richting de hoofdpoort. Andere gevangenen probeerden over de prikkeldraadversperring heen te klauteren, maar kwamen aan de ander kant in het mijnenveld terecht en werden opgeblazen.

Ursula is het wel gelukt om via het prikkeldraad te ontkomen. ‘Ik ben het hek over geklommen, er lagen mijnen om het kamp, er werd van alle kanten geschoten en hierdoor zijn nog veel mensen gevallen. Ik hoorde aan alle kanten mijnen ontploffen, maar heb niet rondgekeken’. Samen met een Pools meisje vluchtte ze het bos in en na enige omzwervingen vond de Poolse haar man terug die bij de partizanen was ‘en daarbij hebben wij ons ook aangesloten’.

"erger dan het kamp"
Ursula had het vernietigingskamp overleefd en was vrij, maar ze bevond zich wel in oorlogsgebied en was allesbehalve veilig. Ondanks de permanente dreiging in Lager III tewerk te worden gesteld en ondanks het voordurende geweld tegen de gevangenen had zij als Arbeitshäftling tenminste nog een dak boven het hoofd gehad. Toch kon zij na de oorlog verklaren: ‘Die tijd na de bevrijding viel me helemaal niet mee, ik vond het erger dan het kamp, het was vreselijk’. De Poolse partizanen waarbij ze zich had aangesloten vormden volgens haar ‘eigenlijk de stoottroepen van de Russen; het was een geheel georganiseerd leger met generaals en zo en de groepen kregen ook steeds opdrachten die ze moesten uitvoeren’. De omstandigheden waarin zij na het kamp in Polen leefde, konden bar zijn. ‘Het was ontzettend koud. Wij hebben zes maanden, van oktober tot maart, zo maar in ijs, sneeuw en regen geslapen.’ Maar Ursula sloeg zich er doorheen en is in deze tijd zelfs niet ziek geweest. Samen met Saartje Wijnberg uit Groningen is Ursula de enige die vanuit Westerbork naar Sobibor is gedeporteerd en de opstand in het vernietigingskamp heeft overleefd. Na enige tijd in Nederland te hebben gewoond, emigreerde Ursula Stern naar Israel waar zij als Ilona Safran in 1985 is gestorven.

Terug naar "Nederlandse overlevenden"

Lees de getuigenis van Ursula Stern uit 1964

Let op: opent in een nieuw venster AfdrukkenE-mailadres